Rudy Thümann met zijn zelfgemaakte familiewapen op 24 januari 2026.
Mijn vader Rudy staat aan de werktafel. Voor hem ligt een stuk hout. In zijn hand een beiteltje. Langzaam snijdt hij de contouren van een wapen dat tot dan toe alleen op papier bestond. Nu wordt het iets wat je kunt vasthouden.
Vorig jaar kregen familieleden bij onze reünie kaasplankjes en sleutelhangers met het wapen erop. Kleine, tastbare herinneringen aan wie we zijn en waar we vandaan komen.
Dit wapen is het werk van drie generaties. Ik begon met een schets. Rob gaf het digitale vorm en omgaf het met strakke lijnen. Mijn vader sneed het uit hout. Geen van ons drieën deed het alleen. En dat is precies zoals het hoort voor een symbool dat bedoeld is om iets gezamenlijks vast te leggen.

Schets en concept door Jeffrey Thümann. Digitaal vectorbestand door Rob Otterspeer.

Foto's van Rudy Thümann laten het beitelproces zien.
Oorsprong
De Elzasser familie Thumann heeft nooit een Europees wapen gehad. Onze voorvaderen hadden een bescheiden bestaan als boeren en brouwers. Wij hadden geen wapenschild of familietraditie in heraldiek. Maar een familiegeschiedenis hadden we volop. En die geschiedenis verdiende een gezicht.
Dit wapen is er niet voor de hele familie Thumann. Het is er voor ónze tak. De Indische tak. De tak die begon toen Antoine Thumann de Elzas achter zich liet en de oversteek naar de Oost maakte. Zijn enige kind, Anton Herman Gerard Hendrik Thümann, werd er geboren. Van hem stammen wij af. Allemaal.
Die splitsing zit zelfs in de naam. De Elzasser Thumanns schrijven hun naam zonder umlaut. Wij, de oriëntaalse tak, schrijven Thümann. Met de twee puntjes boven de u die zwijgend een verhaal vertellen.
Wat het schild vertelt
Het schild is verdeeld door een T-vorm; een stille verwijzing naar onze naam, en tegelijk het fundament waarop alles rust.
Het anker staat voor Antoine, de man die de Elzas achter zich liet en de oversteek naar de Oost maakte. Voor zijn vastberadenheid, en voor een leven dat zich voortaan tussen twee werelden zou afspelen. De keris staat voor de andere kant van die wereld: het spirituele en culturele erfstuk van onze Javaanse voormoeder Sariena.
Dan de pickhouweel. Mijn opa Charles tekende hem zelf. Het is het rauwste symbool van het wapen, en dat is precies de bedoeling. Het staat voor de generaties die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder Japans bewind dwangarbeid moesten verrichten. Voor de pijn en het verdriet die naar de naoorlogse generaties zijn doorgegeven. Of je dat wilde of niet. Dit wapen verzoet niets.
Boven het schild prijkt de KNIL-helm als helmteken: een verwijzing naar de militaire traditie die alle Thümann-generaties in Indië kende. En voor wie goed kijkt: de pana-bloem, als stille groet aan Josina, aan de Akolo's, aan de Ruspana's van Nusa Ina.
Slotwoord
Dit wapen maakt geen aanspraak op adel. Het maakt aanspraak op herinnering.
Indische families moeten hun eigen symbolen vaak zelf scheppen. Officiële archieven zijn versnipperd, lijnen zijn vervaagd, verhalen dreigen verloren te gaan. Dit wapen is ons antwoord daarop. Het is een ankerpunt. Voor onze kinderen, onze kleinkinderen, voor iedereen die ooit wil weten wie de Thümanns waren.

